Mini symposium - Elektrisch Samenleven?

Mini symposium - Elektrisch Samenleven?

Impressie

Elektrisch samenleven?
De impact van verduurzaming op het hoogspanningsnet

In het nieuwe, met licht doordrenkte gebouw van TenneT in Arnhem bezochten op 6 februari ruim 100 deelnemers het interactieve mini-symposium Elektrisch Samenleven. Techneuten en ook geïnteresseerden vanuit de overheid, het onderwijs, natuur & milieu en de bouw gingen de discussie aan. Centraal deze dag staat een kleurrijke woordwolk met belangrijke, aan het onderwerp gelieerde topics zoals leveringszekerheid, innovatie, ruimtelijke inpassing, lange termijn, participatie maatschappij en continuïteit.

Uitdagingen
Na een korte film waarin we Nederland in al zijn schoonheid van bovenaf zien zodat we weten waar we het over hebben, is het woord aan gastheer Ben Voorhorst, operationeel directeur en bestuurslid TenneT Holding. Dagvoorzitter Hester van Dijk, bekend van radiozender BNR, bespreekt met hem de uitdagingen die er liggen. Vanwege een steeds hoger energiegebruik, meer decentrale opwekking, en meer pieken en dalen met alle gevolgen van dien voor het net, ziet Voorhorst een uitdaging in de transitie naar duurzame energie: “Iedereen wil duurzaam, maar niemand wil leidingen. Technische knowhow is niet genoeg. We moeten de maatschappij betrekken bij welke keuzes we gaan maken; de dialoog opstarten, begrip krijgen. Dat is even wennen, maar het heeft voordelen. Mensen brengen je op varianten die jezelf nog niet bedacht had en je vergroot zo makkelijker je draagvlak.”

De transitie is een langetermijntraject. Dat vraagt om verwachtingsmanagement, en dat je technische zaken kunt uitleggen aan politici en andere alfa’s. Dat is een uitdaging.

Durf je het aan?
TenneT gaat te laat in gesprek met de omgeving, de communicatie kan beter. Althans, dat komt naar voren uit de vragen die eerder aan de deelnemers zijn gesteld. Voorhorst zegt daarover: De vraag is, durf je het als bedrijf aan? De leveringszekerheid is belangrijk en dat beperkt soms de mogelijkheden, maar de maatschappij wil vroeg betrokken worden. Iemand in de zaal is het er niet mee eens: De maatschappij mag volgen. Elektriciteit is een dienst die we nodig hebben, dat is iets waar vakmensen over gaan. Of zoals een andere deelnemer stelt: als de maatschappij een emissievrije elektriciteitsvoorziening wil, dan moet de netbeheerder daar een leidende rol in kunnen spelen. Voorhorst stelt dat we voorzichtig moeten zijn met te bepalen wat de maatschappij wil. We moeten de consequenties laten zien, maar de maatschappij laten kiezen.

Klanten? We hadden aansluitingen, dat is wel veranderd.

Flexibiliteit
Prof. dr. Simone Pront-van Bommel, bestuurslid en directeur van het Centrum voor energievraagstukken UvA, kiest voor haar presentatie over de impact van verduurzaming vanuit een bestuurlijke invalshoek het woord flexibiliteit uit de woordwolk. Verduurzaming heeft gevolgen voor het landelijk transportstelsel. Investeringen zijn nodig. De vraag is echter of we moeten investeren in masten en kabels, of in het aanpassen - flexibel maken - van de vraag. Een van de kerntaken van TenneT is het in evenwicht houden van vraag en aanbod. Dat kan op twee manieren: stem de vraag af op het aanbod en/of zorg voor ander aanbod als (een deel van) het aanbod wegvalt. De markt speelt hierin een rol. Grote spelers zijn door de overheid bijvoorbeeld verplicht een consistent energieprogramma in de te dienen bij hun netbeheerder. Hierin staat hun productie en afname van elektriciteit. Als ze van het programma afwijken, staan daar hoge kosten tegenover. Op zoek naar flexibiliteit leidt dit tot handel tussen marktpartijen. Door technologische ontwikkelingen wordt het mogelijk ook kleinere partijen hierbij te betrekken. Wet- en regelgeving staat dit niet in de weg, en netbeheerders hebben baat bij deze uitbreiding want als het niet goed gaat tussen de partijen moet zij bijspringen. De Engelse toezichthouder heeft in een studie verschillende scenario’s uitgewerkt. Daaruit komt naar voren dat een ontwikkeling als micro grids een groot effect heeft op de verduurzaming. De landelijke transportinfrastructuur is daarbij kleiner dan bij andere scenario’s. De opdracht vanuit Europa aan de lidstaten is te kijken hoe ze flexibiliteit aan de vraagkant kunnen stimuleren. Bijvoorbeeld door (extra) te laten betalen voor het moment waarop men afneemt, of voor waar de elektriciteit vandaan komt (minimaliseren netverliezen).

Uit de zaal
Een deelnemer gelooft meer in een hybridestelsel bestaande uit lokale initiatieven en grote natuurlijke bronnen, dan in prijsprikkels. Als de subsidie wegvalt, zakt het als een pudding in elkaar. Pront geeft aan dat je met subsidies bepaalde ontwikkelingen kunt stimuleren, maar er kan zich ook ineens een maatschappelijke ontwikkeling voordoen die grote invloed heeft. In Japan wordt bijvoorbeeld door de auto-industrie miljarden geïnvesteerd in opslagmogelijkheden. Stel dat dat mogelijk wordt, dan gaat alles op zijn kop. Voorhorst vult aan dat vanuit de techniekhoek gedacht wordt dat dingen rationeel zijn: de overheid kan sturen door subsidies en belastingwetgeving. Maar als energie in de toekomst een emotieproduct wordt, welk effect heeft dat op het systeem dat we nodig hebben? “Ik weet het niet.”

Als die opslagmogelijkheid er komt, stelt een van de deelnemers, dan krijgen we onafhankelijke klanten, die regelen het dan zelf. Dan hebben ze TenneT niet meer nodig. Pront denkt dat dat een verantwoordelijkheid van de overheid wordt. Dat is de partij die het kan organiseren. Er is namelijk ook nog een grote groep kwetsbare gebruikers die toegang moeten hebben tot energie. Dat wordt dan nog een spannende discussie.

Inhakend op een opmerking over grootschaligheid van het toekomstige net, stelt een deelnemer dat grootschaligheid alleen mogelijk is als wind op zee wat wordt. Pront: Dat is een van de scenario’s. Ik weet niet welke het wordt en ik heb ook geen voorkeur. De verschuiving naar micro grids is door de Engelsen in kaart gebracht. Het is onze verantwoordelijkheid daar naar te kijken en zaken als micro grids serieus te nemen.

Minder masten en leidingen, kunt u zich daar iets bij voorstellen?

Gehumaniseerde communicatie
Diepe crisis was het na het verzakken van de huizen langs de Noord/Zuidlijn zo’n vijf jaar geleden, vertelt Alex Sheerazi, hoofd communicatie van de Dienst Metro Amsterdam. Een communicatieoffensief moest ervoor zorgen dat we van pispaal naar vertrouwen en van vertrouwen naar trots gingen. De shift van het abstracte ‘wat heb je eraan’ naar het menselijke ‘wat doen we op dit moment’ bracht het gewenste resultaat. De omslag van afstandelijke bouwer naar een sensitieve organisatie werd gemaakt door te communiceren in het hier en nu, door van techniek naar een menselijk gezicht te gaan, en door het wat en hoe zichtbaar te maken. Letterlijk zichtbaar; op straat staat een grote rode pijl die aangeeft waar op dat moment aan de tunnel gewerkt wordt. We gingen mensen betrekken en naar ze luisteren, ook als we nog geen oplossing voor een probleem hadden – zoals toen we voor de deur van de plaatselijk horeca een rioolbuis drie jaar lang boven de grond moesten brengen. We vertellen wat er kan gebeuren, wat we doen om dat te voorkomen, en wat we doen als het toch gebeurt. Daarnaast laten we zien en ervaren wat we doen, bijvoorbeeld door mensen in de buis toe te laten. Communicatie wordt dan zintuigelijk, dat werkt. Die openheid in de communicatie versterken we met ons online open platform. Daar kunnen mensen alles posten, elk sentiment komt ongecensureerd op de homepage. De discussie is er, dan kun je er beter voor zorgen dat de discussie daar plaatsvindt waar jezelf aanwezig bent. Het platform trekt 1,2 miljoen bezoekers. Communicatie op papier en via bijeenkomsten zal daardoor ook steeds meer afnemen. Door mensen te betrekken, open, realistisch en sensitief te zijn, kentert ook het kritisch sentiment in de landelijke pers. Zo plaatste de Volkskrant een paginabreed interview met een van de bouwvakkers, met een stoere sexy foto erbij. De vakmensen die aan het project werken, staan ook op foto’s die we ophangen bij de bouwputten, zo maken we ze zichtbaar. Het project heeft een menselijk gezicht gekregen en dat werkt. Mensen horen liever van een vakman dat een berekening klopt dan van een onderzoeker. Je wordt niet meer geloofd op autoriteit alleen, daar moet je rekening mee houden.

Als je vanaf dag één zo transparant was geweest, was het project dan ooit goedgekeurd?

Uit de zaal
Gevraagd wordt wat dit betekent voor de houding van de professional, die haal je uit zijn comfort zone. Sheerazi: Op het online platform werden technisch inhoudelijke vragen gesteld. Een aantal vakmensen ging die vragen in het weekend beantwoorden. De croud kon dat waarderen, ze lieten beroepstrots zien, het werden helden. De communicatiemensen zijn hier tussenuit gehaald, die polijsten te veel, dat werkt niet.

In het geval van TenneT zouden technici in gesprek moeten gaan, is dat een optie, vraagt Van Dijk. Opgemerkt wordt dat elektrotechniek voor veel mensen ongrijpbaar is. De stap naar eenvoudige taal is dan moeilijk. “Dat is gelul”, stelt Wim Dik. “Typisch een opmerking voor Delft, Eindhoven en Twente. Goed luisteren dat is waar het knelt, en reageer als een normaal mens en niet als een ingenieur.” Voorhorst vult aan dat TenneT hier stappen in maakt. Zo wordt er een atlas gemaakt om met de overheid te praten. Dan zie je dat het niet gaat om de techniek an sich, maar om het streven naar win-win.

De klant is koning
Aan de hand van grappige anekdotes belicht Wim Dik, voormalig ceo van KPN, hoe het is om geen aansluitingen meer te hebben maar klanten. Intern kost dat tijd, stelt hij. Wat is een klant, wat wil een klant, het duurt even voor dat beklijft. Dit gezegd hebbende maakt Dik een zijstapje naar een ander onderwerp. Hij is op verzoek van het ministerie van EZ tweeënhalf jaar voorzitter geweest van het platform Versnelling liberalisering energiesector. Laatst sprak hij drie heren die bezig zijn om alle tso’s om één tafel te krijgen en afspraken te maken over een Europa dekkend DC-net. Dik is gevraagd om mee te doen zodat de heren makkelijker bij de overheid binnen kunnen komen en begrip kunnen kweken. In de telecomsector hadden we coöperaties, vertelt hij; bijvoorbeeld Intelsat en Eutelsat. Dat heeft zo’n 20 tot 25 jaar goed gewerkt. Als boodschap geeft Dik dan ook mee: Denk eens na over dat model op internationaal niveau. Coöperaties zijn bestuurbaar en het tast niemands integriteit aan. Nodig is een verdrag tussen staten en een voorbereidende conferentie met experts die weten wat het kost, wat qua techniek nodig is en wat er al ligt. Die voorbereidende conferentie daar zijn we heel dichtbij. Als dat lukt en het verdrag wordt gesloten, dan krijgen we een Europees dekkend net en zijn we onafhankelijk van elektriciteitsleveranciers buiten Europa.

Uit de zaal
De klant zet een beweging in gang waar we rekening mee moeten houden: het worden prosumers en ze hebben een stem, stelt Wessel Bakker, voorzitter van NNC Cigré. Dik: Zorg dat de klant tegen de buren zegt dat jij goed bent. En dat zit vaak niet in je mooie kabeltje maar in onverwachte dingen: bijvoorbeeld dat je monteur zo netjes opruimt voor hij weggaat.

Probleem met de klant is dat ze allemaal meer energiediensten, apparaten en transport willen, én duurzaamheid. Daar zit iets dubbels in.

Showcase
Na alle softe verhalen eindelijk iets technisch, zegt Alan Croes van TenneT welgemoed. Zijn presentatie sluit aan bij de woorden van Voorhorst die stelt dat een innovatie als de Windtrack mast een mooi voorbeeld is voor hoe je een vraag vanuit de maatschappij in samenspraak succesvol kunt oplossen. TenneT wil nieuwe, betrouwbare en betaalbare verbindingen, de EM-velden minimaliseren, en een ontwerp dat acceptabel is voor de omgeving, vertelt Croes. Om daartoe te komen, moet je innovatief en transparant zijn en de omgeving betrekken. Bij het ontwikkelen van de Windtrack is er vanaf het begin interactie geweest met de omgeving: inspraakavonden, een schadegids waarin we laten zien hoe we gedupeerden schadeloos stellen, en het gebruik van virtual reality – samen met bewoners kon zo een laatste optimalisatieslag gemaakt worden; als je de mast iets verplaatst, is dat dan beter? Croes merkt hierbij op dat als je virtual reality gebruikt je het echt goed moet doen. Ziet het er nep uit, dan is je geloofwaardigheid weg. Gebruik is ook gemaakt van andere kennis, bijvoorbeeld van architecten voor wat betreft esthetiek. En belangrijk is dat je een volgende stap durft te zetten, risico durft te nemen. De wereld verandert, je kunt niet blijven hangen in wat je al deed. Is de doelstelling met het ontwikkelen van de Windtrack gehaald? Er is een behoorlijke reductie van de magneetveldzone gerealiseerd. Voor gebruik in de Randstad is dat heel waardevol. Verder zijn er belangrijke lessen geleerd. Bijvoorbeeld dat bouwen één is, maar onderhouden iets anders. Omdat je niet in de mast kunt klimmen, is een heel onderhoudsconcept met bijbehorende hulpmiddelen ontwikkeld. De kosten van de mast zijn nog een uitdaging, het ontwerp en de bouw worden daarom continu verbeterd. Zo wordt bijvoorbeeld gekeken naar het gebruik van beton in plaats van staal waardoor de kosten omlaag kunnen. Als afsluiting geeft Croes nog mee: realiseer je tijdens de besluitvorming en het ontwikkelen, dat HS-infrastructuur groots is en een behoorlijke blijvende impact op de omgeving heeft.

Het is een mooie tijd. Je mag iets ontdekken en gaat er iets fout dan mag je ook nog nadenken over een oplossing.

Uit de zaal
Gevraagd wordt hoe de nieuwe manier van werken ging, in dialoog met de samenleving. Croes: Er is altijd een plan, en dat plan moet altijd aangepast worden. Zo hadden we plenaire inspraakavonden waarop iedereen tegen was. Later hebben we kleinere groepjes te woord gestaan in een stand, dat werkte veel beter, met vijf mensen kun je in gesprek. Wat we merken is dat het voor techneuten lastig is om in simpele taal te vertellen waar ze mee bezig zijn, ze zijn bang dat iemand met hun idee aan de haal gaat. Vertrouw op je vakmanschap en andersom; en leer communiceren.

De vraag komt om ook de dialoog met aannemers te zoeken bij deze projecten. Zij kennen als geen ander de grenzen van grote obstakels, wat helpt bij het maken van betere ontwerpen. Croes: terecht punt, aan het begin van het Windtrack-project liepen we tegen zaken aan die zo opgelost hadden kunnen worden.

Als je denkt iets nieuws te ontwikkelen en het staat al in het buitenland, is dat niet zo sterk. De aannemerij kan daar een rol in spelen, die heeft daar ervaring mee. We willen vanaf de eerste potloodlijn meedoen en betrokken zijn bij de beauty contest. Croes: De innovatiekracht van partners moeten we beter inzetten. Bij de betonversie zijn daar al stappen in gezet. Wessel Bakker merkt op dat Cigré ook voor aannemers een aardig platform is om in mee te denken.

Kan de HS niet ondergronds gebracht worden? Croes: Kabel gedraagt zich anders dan hoogspanningslijn. De aansturing is anders (duurder) en als er iets kapot gaat, ligt de stroom er langer uit. Er ligt nu 10 km en er komt nog 10 km bij. We zullen zien hoe dat gaat.

Hoe duurzaam zijn de masten? Croes: Bij sommige projecten wordt vanuit cradle to cradle gedacht. In dit project heeft dat de besluitvorming niet beïnvloed. Hoe cradle to cradle in beton vs staal uitpakt, weet ik niet.

Kennisdeling
Wessel Bakker, voorzitter van NNC Cigré vat de nut en noodzaak van dit internationale platform als volgt samen: Cigré is een neutraal platform voor internationale kennisuitwisseling, het stimuleert verbetering, en is een kraamkamer voor ideeën. Het biedt structuur aan ontwikkelingen en organiseert goed bezochte congressen en themadagen. Bij Cigré zijn 12.000 leden aangesloten uit 20 Europese landen. Er zijn verschillende studiecomités met daaronder werkgroepen die zich buigen over deelontwikkelingen.

Binnen Cigré is er sinds kort ook een Young Cigré, vertelt Sander Franke. Cigré is een enorm kennisnetwerk maar de participatie van jong professionals is beperkt. Dat is jammer want zij kunnen profiteren van de kennis en de papers die er zijn. Daarnaast kunnen zij deelnemen aan het tweejaarlijkse congres van Cigré in Parijs. Onder “young” wordt minder dan vijf jaar werkervaring verstaan. Om de drempel zo laag mogelijk te houden, is het lidmaatschapsgeld van Young Cigré slechts 7,50 per jaar. Hoort zegt het voort.

Uit de zaal
Innovatieve ideeën van Cigré sneuvelen bij het IOC als gevolg van andere meer commercialy driven inzichten. Herken je dat en wat doet Cigré daaraan? Bakker: Je moet ergens beginnen.

Al die comités klinken technisch. Dringt de stem van de samenleving wel door tot de burelen van Cigré? Bakker: “Wat vandaag verteld is, wordt meegenomen naar de comités. Daarin zit ook het mooie van ingenieur zijn en deelnemen aan Cigré. Verschillende uitdagingen worden opgepakt en dat geeft nieuwe energie.”

Het mini-symposium Elektrisch Samenleven is georganiseerd door Cigré is samenwerking met TenneT.