IenW m.e.r.-dag 2019

IenW m.e.r.-dag 2019

Werksessiebeschrijvingen IenW mer-dag 2019

De werksessie vinden plaats in 3 rondes, elke sessie wordt twee keer gegeven.
Werksessieronde 1: 11:00 - 12:00 uur
Werksessieronde 2: 13:00 - 14:00 uur
Werksessieronde 3: 14:15 - 15:15 uur

1. Milieueffecten nu uitzoeken of later monitoren?                                Sessieronde 2 en 3 
    Dilemma's in MER'en voor flexibele plannen

Bij flexibele plannen is de precieze toekomstige invulling van een gebied nog niet duidelijk. Het is bijvoorbeeld niet exact bekend waar precies gewoond of gewerkt gaat worden in het gebied of in welke volgorde ontwikkelingen plaatsvinden. Wanneer het MER wordt opgesteld, kan de omvang van milieueffecten dan ook niet altijd aan de voorkant bepaald worden. 'Monitoring' van daadwerkelijke effecten is dan een oplossing, gekoppeld aan mogelijke maatregelen 'achter de hand'. Hoe vind je de balans tussen de milieueffecten die je nu moet (en kan) onderzoeken en wat je in de toekomst, na realisatie, gaat monitoren en evalueren? Wat kan de rol van het MER ten aanzien van het monitoringsprogramma zijn, en waar moet je op letten? Aan de hand van de praktijk bespreken we in deze sessie de verschillende dilemma's die bij monitoring en MER komen kijken.
Geert Draaijers, werkgroepsecretaris Commissie m.e.r.
Marianne Schuerhoff, werkgroepsecretaris Commissie m.e.r.

2. Omgevingsvisies en m.e.r., een sterk duo                                         Sessieronde 1 en 3
M.e.r. is voor omgevingsvisies verplicht, maar hoe zorg je ervoor dat het MER ook meerwaarde oplevert voor de besluitvorming over de omgevingsvisie? En hoe laat je het belang van de leefomgeving meewegen op strategisch niveau? Wat is dan eigenlijk de scope van het op te stellen MER en op welk detailniveau moeten en kunnen effectbeoordelingen worden uitgevoerd? In verschillende (pilot)projecten is de afgelopen jaren veel praktijkervaring opgedaan met m.e.r. voor omgevingsvisies. In deze werksessie nemen we u mee in deze ervaringen en gaan we actief met u aan de slag met de opgedane kennis en inzichten.
Willemijn Smal, werkgroepsecretaris Commissie m.e.r.
Pieter Jongejans, werkgroepsecretaris Commissie m.e.r.

3.  Omgevingsplannen: Hoe beweegt MER mee?                                    Sessieronde 1 en 2 
Wanneer in 2021 de Omgevingswet in werking treedt, worden de oude gemeentelijke ruimtelijke plannen en verorderingen opgenomen in een omgevingsplan. Vooruitlopend daarop experimenteren gemeenten volop met het opstellen van bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte. Voor het milieueffectrapport
 betekent dit ook een andere werkwijze. Hoe ga je in het MER en milieuonderzoek bijvoorbeeld om met flexibele regels, uitnodigingsplanologie en omgevingswaarden? Welke rol kan het MER spelen bij de totstandkoming van het Omgevingsplan? Ook zijn ‘nieuwe’ onderwerpen van belang zoals gezondheid, ruimtelijke kwaliteit, energietransitie en klimaatadaptatie. De Commissie m.e.r. experimenteert sinds 2016 in pilotprojecten met omgevingsplannen en milieueffectrapportage. In deze werksessie delen we de eerste ervaringen en gaan we met u aan de slag met wat milieueffectrapportage kan betekenen voor omgevingsplannen.  
Annemarie Wagenmakers, werkgroepsecretaris Commissie m.e.r.
Marja van der Tas, plv voorzitter Commissie m.e.r. 

4. Ontwikkelingen en uitdagingen digitaal MER -                                   Sessieronde 2 en 3 
voorbeelden uit de praktijk

In de praktijk wordt volop geëxperimenteerd met het opstellen van digitale kennisgevingen en milieueffectrapporten. Deze werksessie geeft een overzicht van de laatste stand van zaken rondom digitaal MER en dan met name de uitdagingen die bij digitale MER’en spelen. Aan de hand van concrete voorbeelden gaan we onder meer in op: de manier van presenteren, kaartgebruik en mogelijkheid tot inspreken. Daarbij behandelen we vragen als: Biedt het mooie format geen schijnzekerheid, en wordt het ‘plaatje’ niet mooier gemaakt dan dat het is? Of, hoe toon je na verloop van tijd dat het digitale rapport nog steeds dezelfde info bevat als ten tijde van publicatie? Creëer je met meer transparantie juist niet meer weerstand? Over deze en andere vragen gaan we in deze sessie met elkaar in gesprek.
Welmoed Soepboer, adviseur m.e.r. Witteveen en Bos
Johan Christen, m.e.r.-specialist Arcadis
Martijn Gerritsen, senior adviseur m.e.r. Tauw
Paul Eijssen, strategisch adviseur m.e.r. RHDV

5. Lessen uit de jurisprudentie voor de m.e.r.- praktijk                         Sessieronde 1 en 2
In deze sessie verkennen we samen met u  de lessen uit de jurisprudentie voor de m.er.-praktijk. Het gaat o.a. om lessen voor de inhoud van het MER en de m.e.r.-beoordeling. Denk aan de reikwijdte van het alternatievenonderzoek, het uitgangspunt van maximale planologische mogelijkheden, de invulling van het begrip ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ en overige actualiteiten die op het moment van de m.e.r.-dag spelen. Ook bespreken wij met u of deze jurisprudentiële lessen van betekenis blijven onder de werking van de Omgevingswet. Wij gaan kort in op de verwachte toename aan plan-m.e.r.-beoordelingen onder de Omgevingswet en de inhoud van het MER voor een flexibel en organisch omgevingsplan. 
Marcel Soppe, advocaat Soppe Gundelach
Jade Gundelach, advocaat Soppe Gundelach

6. De omgevingswet: de belangrijkste wijzigingen voor m.e.r.             Sessieronde 1 en 3
In deze sessie praten we u bij over hoe de regelgeving van de milieueffectrapportage in de Omgevingswet is opgenomen. We nemen u mee in de belangrijkste wijzigingen in de regelgeving van m.e.r. We gaan onder meer in op de relatie met de instrumenten van de Omgevingswet, de  introductie van de plan-m.e.r.-beoordeling, de procedure voor de project-m.e.r.(-beoordeling) en de koppeling met participatie. Ook gaan we in op het overgangsrecht en het moment waarop u hier voor de organisatie bij m.e.r.-plichtige plannen en projecten rekening mee moet houden.
Pascale van Duijse, coördinerend beleidsmedewerker Programma direcoraat-generaal Omgevingswet, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties
Sanne te Braake, wetgevingsjurist Programma directoraat-generaal Omgevingswet, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties

7. Eerste hulp bij m.e.r.-beoordeling                                                    Sessieronde 1 en 2
Voor veel activiteiten moet een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd, omdat de drempelwaarden in het Besluit m.e.r. indicatief zijn. Dit betekent dat er voor ieder (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit een apart m.e.r.-beoordelingsbesluit nodig is. De variatie in activiteiten is groot en dat roept vragen op. In deze werksessie lichten we de procedure toe en de manier waarop daar in de praktijk mee kan worden omgegaan. Ook gaan we met u in gesprek over het nut van (vormvrije) m.e.r.-beoordeling, het benodigde detailniveau en het begrip belangrijke nadelige gevolgen en discussiëren we over hoe het instrument effectief kan worden ingezet.
Lien de Voogd, adviseur DCMR Milieudienst Rijnmond
Marlies Verspui, consultant m.e.r. Tauw

8. Kun je kennisconflicten in m.e.r. oplossen met gezamenlijke feitenonderzoek?                 Sessieronde 2 en 3
Regelmatig wordt de betrouwbaarheid van een m.e.r.-onderzoek ter discussie gesteld. Dat kan komen door het eenzijdig vaststellen van uitgangspunten, methoden, modellen en data door de initiatiefnemer en/of het bevoegd gezag. Hierdoor ontstaan kennisconflicten. Kennisconflicten kunnen ook ontstaan wanneer uitkomsten van de wettelijk voorgeschreven meet- en rekenmethoden afwijken van de beleving van effecten door omwonenden. Een manier om kennisconflicten voor te zijn, is gezamenlijk feitenonderzoek (joint fact finding). Joint fact finding is een interactief proces waarin belanghebbende (of betrokken) partijen overeenstemming bereiken over de onderzoeksaanpak en zich ook committeren aan de uitkomsten van het onderzoek. Daarmee is nog weinig ervaring in m.e.r. Hoe kunnen we gezamenlijk feitenonderzoek integreren in onze m.e.r.-praktijk? Wat zijn de te nemen (institutionele) hobbels en wat biedt de Omgevingswet aan mogelijkheden om die te overwinnen?
Peter van de Laak, adviseur en eigenaar Milieuregie
Mariëlle de Sain, adviseur duurzame energie en leefomgeving Pondera Consult
Erik Jan van der Meer, procesmanager Rijksdienst voor Ondernemend Nederland - RVO

9. Sociale effecten in m.e.r.: (hoe) moeten we daar wat mee?                Sessieronde 1 en 2
In ons land is jarenlange ervaring met het in beeld brengen van milieueffecten van een project. Er wordt bij projecten echter amper aandacht besteed aan sociaal-maatschappelijke gevolgen van ingrepen in de fysieke leefomgeving, zoals gezondheidseffecten of sociale in- en uitsluiting. En dit terwijl de Wet milieubeheer vraagt om inzicht te geven in menselijke gezondheidseffecten. En onder de Omgevingswet moet een veilige en gezonde fysieke leefomgeving integraal onderdeel zijn van afwegingen in Omgevingsplannen en omgevingsvisies. Wat betekent dit voor het MER? In deze werksessie verkennen we met u waar sociale effecten over gaan en of en hoe we sociale effecten als volwaardig thema verder kunnen ontwikkelen. We laten ook de Commissie m.e.r. aan het woord die recent voor het eerst over sociale effecten heeft geadviseerd.
Hugo Woesthuis, adviseur m.e.r. en planstudies & sociaal expert RHDHV
Sanne Vermeulen, stakeholder manager & sociaal expert Witteveen en Bos
Gijs Hoevenaars, werkgroepsecretaris / jurist Commissie m.e.r.

10. M.e.r. en de participatieparadox                                                      Sessieronde 1 en 2
Bij een m.e.r.-proces kan de participatieparadox om de hoek komen kijken: veel participatieruimte aan het begin van een traject als de opgave veelal nog abstract en niet concreet is. En lopende het traject, wanneer de participatiebereidheid en participatiewens groter wordt, ligt er al meer vast, maar is de ruimte om te participeren kleiner geworden. Hoe kunnen we met deze paradox omgaan en betrokkenen ook aan het begin van het proces goed betrekken? En hoe verhoudt dit zich tot het m.e.r.-proces? In deze werksessie gaan we met u over dit onderwerp in gesprek en zijn we benieuwd naar uw ervaringen. Dit doen we aan de hand van enkele concrete voorbeelden uit de wegen- en luchtvaartpraktijk. 
Suzanne Plugge, senior adviseur Participatie Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Mieke Visch, secretaris Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

11. Kwaliteit van het MER, waar hebben we het over en wat kunnen wij doen?                      Sessieronde 1 en 3
De politiek maakt zich zorgen over de kwaliteit van het MER, omdat maar 30% van de MER’en in één keer positief wordt getoetst door de Commissie m.e.r. Een ander zorgpunt is of de kwaliteit niet verder onder druk komt te staan onder de Omgevingswet, omdat de rol van de Commissie m.e.r. verandert. Toetsing van project MER’en door de Commissie is dan immers niet meer verplicht; het bevoegd gezag moet zelf bepalen of een MER voldoende informatie bevat voor de besluitvorming en inschatten of zij hierbij facultatieve advisering door de Commissie m.e.r. nodig heeft. Het Ministerie van IenW  heeft in een onderzoek de meningen gepeild over de kwaliteit van het MER en de factoren die hierop van invloed zijn. Ook is nagegaan hoe voldoende zicht kan worden gehouden op aantal en aard van MER‘en. In deze werksessie delen we de resultaten van het onderzoek en gaan we met u in discussie over de kwaliteit van het MER en wat wij daaraan kunnen doen.
Hans de Vries, senior adviseur Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Frans Dotinga, adviseur m.e.r. Arcadis

12. Persoonlijk leiderschap op weg naar een sterk MER(k): wat is werkelijk van waarde?     Sessieronde 2 en 3
M.e.r. is een krachtig instrument, met maatschappelijke waarde, vooral als het vroegtijdig in het planproces wordt ingezet. M.e.r. staat voor uitdagingen: opgaven worden complexer, de omgeving laat meer van zich horen, burgers zijn mondig, kritisch en actief. Tegenspraak groeit. Als m.e.r.-deskundige krijgt u met deze veranderende context te maken. Wat vraagt dit van u en uw persoonlijk leiderschap? Wat kunt u doen om m.e.r. daadwerkelijk te versterken? U wordt uitgedaagd uw persoonlijk leiderschap onder de loep te nemen en te bezien vanuit het perspectief van het ‘goede gesprek’, waarbinnen tegenspraak kan opgaan in een sfeer van openheid en de wens om het nieuwe en onbekende te onderzoeken. Kom onderzoeken wat de waarde is van het ‘goede gesprek’ in de veranderende context van m.e.r.
Deze werksessie is een verdieping van de plenaire keynote speech van Erik Pool.
Erik Pool, directeur Participatie Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Jessica Vuijk, senior adviseur Behavioural Insight Team Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

13. Na het PAS: beoordeling effecten stikstofdepositie in planvorming en MER                        Sessieronde 2 en 3
Als gevolg van de uitspraak van de Raad van State van 29 mei jl. is het niet meer mogelijk om het Programma Aanpak Stikstof (PAS) te gebruiken als basis voor de toestemming van activiteiten. Welke consequenties heeft deze uitspraak voor de planvormings- en m.e.r.-praktijk? Wat zijn de mogelijkheden om met stikstof om te gaan in je plan of project? En hoe moet stikstof worden betrokken in het op te stellen MER? Welk onderzoek is nodig  en hoe kan worden omgegaan met maatregelen? Is saldering bijvoorbeeld nog mogelijk? Aan welke voorwaarden moet een ADC toets voldoen en hoe borg je de uitvoering van een compensatieplan en het beheer van de gecompenseerde natuur? Hoe ga je in het MER om met de onzekerheid of het initiatief een vergunning Wet natuurbescherming kan krijgen? Wat betekent dit voor de Passende Beoordeling bij het MER? In deze werksessie zetten we de blik vooruit en gaan we in op deze vragen. We verkennen de mogelijkheden aan  de hand van de praktijk en sluiten aan op de actuele stand van zaken van op dat moment.
Beno Koolstra, adviseur ecologie Koolstra Advies
Liesbeth Schippers, advocaat Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V.
Peter Vrielink, senior adviseur Rijkswaterstaat

14. Klimaatadaptatie als onderdeel van MER doelbereik                              Sessieronde 1 en 3
Projecten moeten bestand zijn tegen de effecten van klimaatverandering. Het MER maakt inzichtelijk welke effecten er precies verwacht worden. Daarnaast wordt beoordeeld of voorziene maatregelen er voor zorgen dat de omgeving klimaatveranderingen kan opvangen. Ten behoeve van het MER voor de Programmatische Aanpak Grote Wateren is gewerkt aan een klimaatscan en een klimaatkompas om te komen tot een beoordelingsmethodiek voor doelbereik klimaatadaptatie in de milieueffectrapportage. In deze werksessie nemen we u mee in de zoektocht van idee tot kompas en geven we handvatten om klimaatadaptatie ook in andere projecten mee te wegen in de milieueffectrapportage.
Inge van Leijenhorst, procedurecoördinator /planstudiemanager Rijkswaterstaat
Sacha de Rijk, expert adviseur ecologie en waterkwaliteit Deltares

15. Toegankelijkheid van MER: hoe inspireer je anderen met jouw verhaal?  Sessieronde 1 en 3
MER'en zijn vaak moeilijk toegankelijk: dikke rapportages, veelal technische en specialistische informatie, methodisch, en met veel jargon. Voor bestuurders en voor burgers/andere belanghebbenden is de kerninformatie, daar waar het om draait voor de besluitvorming, niet altijd direct duidelijk, vindbaar of herkenbaar. Ook is er een maatschappelijke tendens dat feiten en cijfers steeds minder worden vertrouwd of geaccepteerd bij de beoordeling van milieueffecten. 
Een enthousiast en inspirerend verhaal levert soms veel meer op in de samenwerking en de medewerkingsbereidheid van je omgeving. In deze werksessie gaan we daarom samen oefenen met elkaar inspireren. Je krijgt een korte uitleg over Storytelling, tips en tricks over de mogelijkheden om het MER op een verhalende en inspirerende wijze toegankelijker te maken.
Asker Dekker, adviseur Rijkswaterstaat

 

aanmelder nl in het kort
 aanmelder nl in het kort