Impact!? Communiceren en delen

Europa ver weg? Word je stem niet gehoord in Den Haag of Brussel? Samen sturen en richting geven aan de energie-infrastructuur? Dat kan! Door te communiceren, kennis te delen en ervaringen uit te wisselen. Juist die thema’s stonden centraal tijdens het congres dat de Fedet-sectie T&D samen met DutchPower op 9 november jl. organiseerde.

Een voltreffer. Zo mag de gezamenlijke bijeenkomst wel worden genoemd. Welk event mag rekenen op maar liefst 80 bezoekers en een veelzijdig en internationaal ‘sprekersveld’?  Sprekers die vanuit verschillende invalshoeken en op uiteenlopende terreinen een inkijkje boden in de wereld van Europa; een wereld waar een belangrijk deel van de toekomst wordt bepaald. Oók die van de energie-infrastructuur. 

 

Zorg dat je erbij bent

Het congres was het eerste dat Fedet en Dutchpower samen organiseerden en stond onder dagvoorzitterschap van Mart van Bracht van TNO. Hij schetste de verschillende rollen van Europa: als investeerder/subsidiegever en als het centrum van nieuwe normen en standaarden, regelgeving én Europa-breed beleid. In dat speelveld worden resultaten bereikt wanneer er invloed kan worden uitgeoefend. Hoe? Mart van Bracht wees op de kracht van lobby; met name de lobby waar namens meerdere Europese landen en stakeholders wordt gesproken. Dat betekent: zorg dat je tijdig en goed bent geïnformeerd over de ontwikkelingen die in de landen en markten van Europa plaatshebben; neem die mee en benut die in de lobby. De presentatie van Mart van Bracht vormde een goede opmaat naar die van Nadi Assaf, algemeen secretaris van T&D Europe, een overkoepelende verenging van nationale brancheorganisaties van producenten en leveranciers op het gebied van transmissie en distributie.

 

De toekomst is dichtbij

Rode draad in de presentatie van Nadi Assaf van T&D Europe vormden twee punten uit het strategisch beleidsplan van EU-voorzitter Juncker: een veerkrachtige energie-unie met een duidelijk klimaatbeleid en een krachtiger en eerlijke interne markt met een sterke industrie. De achtergrond voor de energie-unie wordt gevormd door de strategische uitgangspunten voor 2020 en 2030 waarmee de uitstoot van broeikasgassen beduidend omlaag moet en de energie-efficiency en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen moeten worden verbeterd.  Dit beleid is uitgesplitst naar een aantal herkenbare onderwerpen, waaronder energiezekerheid, een geïntegreerde interne energiemarkt, onderzoek, innovatie en concurrentiekracht. Onderwerpen waar voor T&D Europe – en daarmee ook voor Fedet-sectie T&D – een belangrijke rol is weggelegd als ‘raadgever’ en vraagbaak voor Europa. Via verschillende programma’s en activiteiten promoot en ondersteunt de vereniging de interne EU-markt en volgt en adviseert het over het Europese milieu en het klimaatbeleid. Ook op het gebied van toegang tot de internationale markt, de ontwikkeling van nieuwe markten en innovatie speelt T&D Europe een rol. Dat uit zich onder meer in de deelname aan het 10-jarige ontwikkelingsplan van ENTSO-E, de INFRA taskforce van Orgalime en de verschillende expertfuncties in onder meer standaardisatie- en normalisatiecommissies. En dat de vereniging daar ook graag bekendheid aan geeft, blijkt uit het energiecongres dat op 29 november wordt georganiseerd met als onderwerp ‘Reinventing Electricity’.

 

Vinger aan de pols

De Brusselse kijk op de Europese ontwikkelingen werd afgewisseld door een blik op Europa vanuit Nederlands perspectief. George Rodenhuis van Netbeheer Nederland lichtte toe wat de branchevereniging doet om een effectief geluid te laten horen in Europa. Als participant in CEDEC, Eurelectric, EDSO for Smart Grids en EUTC beschikt de vereniging over een fijnmazig netwerk van Europese beïnvloeders. Via het zogenaamde Europaoverleg wordt geprobeerd om tijdig te weten wie, wat en waar gebeurt binnen Europa en wat de visie daarop is van de verschillende leden van Netbeheer Nederland. Aan de hand van de totstandkoming van het ‘Winterpackage’ werd deze aanpak nog eens toegelicht. Het Winterpackage omvat regels die moeten voorkomen dat een tekort aan gas voor EU-landen optreedt en eventuele hulp aan elkaar regelt. Om de Nederlandse ideeën en standpunten te inventariseren én over de bühne te brengen, werd een goed georganiseerd proces doorlopen van advies vragen, standpunten formuleren, lobby voeren, conceptdocumenten voorbereiden en adviseren over wetgeving. Door dit proces te doorlopen en waar nodig gebruik te maken van ‘gelekte’ documenten bleek het eindresultaat bevredigend. Het is bij het doorlopen van dat proces wel belangrijk om bij iedere stap stil te staan bij de vraag of het eindresultaat ook in Nederland goed zal ‘landen’. Topics die hierbij nu volop in de belangstelling staan zijn flexibiliteit, elektrisch vervoer en de samenwerking tussen beheerders van transmissie- en distributienetwerken (TSO respectievelijk DSO). Dat laatste bleek ook een onderwerp dat bij de congresdeelnemers leeft. De Nederlandse situatie met gesplitste transmissie en distributie lijkt ook de voorkeur van Europa te hebben.

 

Van beleid naar praktijk

Juist deze thema’s kwamen ook aan de orde tijdens de presentatie van Fons Jansen van Enexis en deelnemer aan EDSO. Hij schetste het Europese speelveld waarop DSO’s actief zijn. Brussel geldt daarbij niet in de laatste plaats als creatief inspirator en vergaarbak voor ideeën. Een omgeving die niet wordt geremd door praktische problemen bij implementatie van beleid maar daarmee ook niet altijd met voldoende oog voor de gevolgen voor de partijen die wél voor de implementatie verantwoordelijk zijn. DSO’s, die gerepresenteerd worden in EDSO, ervaren dat regelmatig. Het Europese spanningsveld maakte hij daarbij duidelijk aan de hand van de ontwikkeling van elektrisch  vervoer (EV). Een ontwikkeling die goed is voor de CO2-uitstoot maar met name tussen energiebedrijven (Eurelectric) en DSO’s voor discussies zorgt over nieuwe, met name dienstverlenende spelers op de markt. Deze vormen op het oog een obstakel tussen energiebedrijf en klant, maar zorgen tegelijkertijd voor de broodnodige vernieuwing door introductie van nieuwe diensten. Vernieuwing die voor heel Europa belangrijk is. In de discussie over Nederland  - Europa kon de relatie met het Nederlandse topsectorenbeleid uiteraard niet onvermeld blijven. Omdat duidelijk is dat de EU-agenda en het topsectorenprogramma nog niet synchroon lopen, zet het topsectorenbeleid stevig in op een nauwere samenwerking.

 

Rimpelloze invoering

Goede voorbeelden van die sturing werden gegeven tijdens presentaties over Ecodesign van transformatoren door Jan Declercq van SGB-Smit en Walstroom door Simon Rotsteeg van ABB. Bij de totstandkoming van de Ecodesign-normen voor transformatoren waren de grote leveranciers nauw betrokken. Concreet leidt de norm ertoe dat laag rendement-transformatoren van Europese makelij van de markt moeten en worden vervangen door uitvoeringen met een beter rendement. Deze overstap wordt in twee fasen gemaakt waarbij de 1e fase inmiddels gerealiseerd is. Dankzij verbeterde materialen en door tijdig in te spelen op de veranderingen is deze fase vrij ‘rimpelloos’ ingevoerd: transformatoren konden daarbij dezelfde afmetingen houden. Dat Nederland daarin een voortrekkersrol vervulde, bleek wel uit de N2009-norm die al in 2010 hier was ingevoerd. Om verdere rendementsverbeteringen in de 2e fase te kunnen verwerkelijken, waren nóg betere materialen nodig om de afmetingen te kunnen behouden. Inmiddels zijn hier oplossingen voor waarbij alleen in de hoogte van de transformatoren aanpassingen nodig zijn. Ook hier bleek het belang van een goed functionerende en krachtige vereniging. Zo kon vanuit de sectie T&D van Fedet en T&D Europe aan de EU advies worden gegeven over de impact en realisatie van de 1e fase. Ook over de mogelijkheden en gevolgen voor de afmetingen van de 2e fase werden de verenigingen geconsulteerd.

 

Zelf aan het stuur

Andersom presenteerde Simon Rotsteeg van ABB de manier waarop vanuit de vereniging ondersteuning wordt geboden bij het adresseren van bepaalde thema’s. Walstroom voor schepen bijvoorbeeld. Een alternatief voor het draaiend houden van de vervuilende scheepsmotoren die ook nog eens hinderlijke stank en geluidsoverlast veroorzaken. Wat is het geval? Schepen die in havens liggen produceren jaarlijks 900 miljoen ton CO2. Een goed alternatief is voorhanden in stroom die van de wal naar het schip wordt gevoerd. Maar daar is regelgeving voor noodzakelijk. Niet in de laatste plaats omdat wereldwijd gewerkt wordt met verschillende frequenties. Toch wilde Stena Lines alvast door met een groot walstroom-project dat samen met ABB werd ingevuld. Het werd één van de grootste installaties ter wereld. Tegelijkertijd pakte Fedet de handschoen op om het belang van walstroom te adresseren aan de hand van het thema vervuiling. Dat kon alleen worden bereikt door tijdig de juiste tekst in de richtlijn te krijgen. Met de nodige tijd en inspanningen is dat gelukt. Een mooi bewijs dat het tijdig oppakken van onderwerpen een belangrijke basis is voor een stem in Europa. Alhoewel de Europese richtlijn Shore Side Electricity inmiddels een feit is, valt er nog het nodige te doen. Dat betreft met name de regelgeving uit Den Haag rondom de implementatie van de richtlijn. Wie hierover meer wil praten, kan zich bij de Fedet aanmelden.

 

Van digitaal naar IoT

De laatste presentatie werd verzorgd door Jan Langedijk van Siemens die het thema digitalisering uitwerkte als onderdeel van Europa’s digitale interne markt. Met de digitalisering wordt niet alleen de toegang tot goederen en diensten verbeterd, maar ontstaat ook een omgeving waar digitale netwerken en diensten zich kunnen ontwikkelen. Op die manier wordt digitalisering een drijfveer voor groei. Eén van de onderwerpen waar dat in tot uitdrukking komt, is het Internet of Things (IoT). Een thema dat inmiddels in alle markten en in iedere keten voet aan de grond begint te krijgen. Nederland doet het op dat gebied niet slecht maar het blijft zaak om alert te zijn en nu reeds na te denken over de manier waarop IoT de toekomst van onze sector vorm geeft. Belangrijk daarin worden de IoT-platforms die een directe relatie hebben met de T&D-markt.

 

Doet u mee?

Het congres werd afgesloten met verschillende stellingen, waarop deelnemers konden reageren. Daaruit bleek duidelijk dat er wel bekendheid is met de gevolgen van de Europese energieagenda op de Nederlandse E-sector. Maar om de impact ook écht in te kunnen schatten, zijn meer en diepgaandere kennisdeling en communicatie nodig. Dit congres is daar een prachtige start voor. Dat wordt nog eens benadrukt door een vergelijking van de (politieke) besluitvormingsorganen op nationaal en Europees niveau. Voor ieder thema is er een nationale én Europese gesprekspartner – zorg dat ze allemaal de juiste aandacht krijgen. Belangrijker nog: zorg ervoor dat tijdig de juiste thema’s worden ‘aangesneden’. Wie daar ideeën voor heeft, is van harte welkom!