Leren van Elkaar

Tien jaar GVCB is aanleiding om terug én vooruit te kijken. De vooruitgang in veiligheid is terug te zien in een lagere ongevalsfrequentie maar vanwege de toegenomen bouwproductie blijven ongevallen helaas nog (te) regelmatig voorkomen.

Aandacht voor veiligheid is absoluut noodzakelijk bij werkzaamheden in de bouwsector. Het hoge aantal ongevallen was ruim tien jaar geleden de aanleiding voor opdrachtgevers en opdrachtnemers om de Governance Code Veiligheid in de Bouw op stellen. Dit is meer dan alleen een voornemen geworden, namelijk een hele set aan praktisch beleid, instructies en hulpmiddelen die via de website van de GCVB beschikbaar zijn gesteld. En geen misverstand: diezelfde aandacht is natuurlijk nodig bij werken aan infra en installaties in Nederland waar Netbeheer NL en BNL de trekkers zijn van de veiligheidsvooruitgang in de laatste tien jaar.

Doel van de bijeenkomsten

Het vergroten van veiligheid vereist een gezamenlijke inspanning van bouw-, infra- en installatiesector en daarom organiseren de GCVB, Netbeheer NL en BNL samen vier regionale sessies waarin leren van elkaar centraal staat.

In deze vier regionale themasessies reflecteren we op 10 jaar vooruitgang in veiligheid en inspireren we deelnemers om volgende stappen te zetten in veilig en gezond werken.

Daarnaast halen we input op bij de genodigden zodat ook wij als GCVB, Netbeheer NL en BNL nog betere ondersteuning kunnen bieden aan de sector als het gaat om veilig werken. De evaluerende opbrengst is dan ook bedoeld als input voor een landelijk symposium over de toekomst van veilig en gezond werken in de bouw en techniek sector. 

Thema: Standaardisatie

Is arbeidsveiligheid gebaat bij verregaande standaardisatie van beleid, of juist bij maatwerk?

De Arbowet is duidelijk: werkgevers dragen de primaire verantwoordelijkheid voor arbeidsveiligheid. Opdrachtgevers hebben daarbij een belangrijke rol in de ontwerpfase van een bouwwerk. Zij moeten ervoor zorgen dat opdrachtnemers hun verantwoordelijkheid kunnen nemen zonder te worden geconfronteerd met risico’s die buiten hun invloedsfeer liggen.

Binnen branches kunnen werkgevers en werknemers afspraken over veilig werken vastleggen in een arbocatalogus. Daarnaast kiezen opdrachtnemers en opdrachtgevers er regelmatig voor om veiligheidsnormen vast te laten leggen door externe organisaties, zoals CROW of NEN.

Hoewel werkgevers in theorie mogen afwijken van deze standaarden, blijkt dit in de praktijk vaak lastig. Afwijkingen vereisen uitgebreide onderbouwing, mede door de wijze waarop toezichthouders (zoals de Nederlandse Arbeidsinspectie) hiernaar kijken. Hierdoor kunnen goedbedoelde maar te rigide, ‘papieren’ veiligheidsstandaarden soms in de weg staan van een deskundige en praktische afweging op de bouwplaats. Tegelijkertijd kunnen goed doordachte standaarden zorgen voor een solide basisniveau van arbeidsveiligheid.

Een illustratief voorbeeld is CROW-richtlijn 400. Deze beschrijft een basispakket hygiënische maatregelen voor werken in mogelijk verontreinigde bodem dat voor het merendeel van de werkzaamheden geschikt is, maar benadrukt dat complexere situaties vragen om een specifieke risicoanalyse. De richtlijn is opgesteld door netbeheerders en ondersteunt vooral kleinere aannemers bij het invullen van hun verantwoordelijkheid.

Een ander voorbeeld betreft branchebrede veiligheidsinstructies, zoals de GPI voor de bouw en de DVP voor spoorwerk. Dat deze bijdragen aan veiliger werken staat buiten kijf. De vraag is echter of verdere standaardisatie, bijvoorbeeld naar één generieke instructie voor de gehele bouw, effectief is. Misschien is juist meer specialisatie nodig, zoals een specifieke GPI voor wegwerkzaamheden of een DVP voor perronwerk.

Tijdens deze sessie onderzoeken we waar, wanneer en waarom standaardisatie of juist specialisatie het meest effectief is. Daarbij richten we ons expliciet op de sectorale randvoorwaarden die bepalen of standaardisatie kan excelleren of juist glorieus kan stranden. We doen dit aan de hand van een wetenschappelijke analyse van de voor- en nadelen van standaardisatie, zodat we de meerwaarde ervan scherp kunnen beoordelen.